Online tool: Padlet. Hoe zet je het in?

Het is een schatkist en een doolhof: het internet. Een snoepwinkel die veel te groot is met honderden soorten snoep. Hoe kom je er ooit achter welk snoep het lekkerst is zonder misselijk te worden of het overzicht te verliezen? Het internet biedt ons honderden websites vol mooie beloftes en fantastische ideeën. Online tijdschriften, encyclopedieën, blogs en tools; de één nog mooier en innovatiever dan de ander. Zelf maak ik in de bovenbouw graag gebruik van online tools. Als introductie, verwerking of evaluatie kunnen ze een les echt verrijken en maken ze het onderwijs meer interactief. Tenminste, als je ze goed inzet! Op mijn blog wil ik mijn favoriete tools en nieuwe online ontdekkingen met je delen. Sharing is caring! Vandaag beginnen we met de tool die momenteel met stip op nummer 1 van mijn lijstje staat: Padlet.

Wat is Padlet?

Padlet is eigenlijk een digitaal prikbord dat verschillende vormen aan kan nemen. Zo kan het een tijdlijn zijn, of een wereldkaart maar ook een ‘echt’ prikbord waar berichtjes en/of foto’s op geplaatst worden. Nadat je een account hebt aangemaakt kan je verschillende borden maken, inrichten naar jouw eigen wensen en vervolgens delen (of niet!) Je kan ervoor kiezen om een betaald lidmaatschap te nemen, hiermee kan je een onbeperkt aantal borden aanmaken en tegelijk beheren. Met een gratis account kan dit met drie borden tegelijk.

Verschillende soorten borden

Er zijn dus verschillende stijlen voor je bord op Padlet, acht om precies te zijn. Tijdens het aanmaken van een bord kan je een preview bekijken van de stijl die je kiest. Super handig als je net met Padlet begint en nog een beetje aan het rondneuzen bent.

De acht stijlen op Padlet

Veel keuze dus, elke stijl heeft zijn eigen voordelen en kan ingezet worden met een bepaald doel. Ik zet mijn drie favoriete stijlen even voor je op een rijtje.

Overzicht – prikbord stijl

Deze stijl hebben wij de afgelopen tijd op onze school veel ingezet. Tijdens de periode van thuisonderwijs heeft groep 1 t/m 6 gebruik gemaakt van een digitaal prikbord op Padlet om als klas contact met elkaar te houden. Hier konden leerlingen (lees: ouders van leerlingen) berichten op plaatsen en hielden we elkaar op de hoogte. Sommige leraren kozen er zelfs voor om huiswerkopdrachten te koppelen aan Padlet. Er kwamen bijvoorbeeld opdrachten als: ‘Zoek zoveel mogelijk dingen in huis die beginnen met een P en maak een foto voor op Padlet!’. Hoewel de ouders de foto’s en berichtjes plaatsten, werden de leerlingen ook steeds fanatieker in het bijhouden van hun digitale prikbord. De betrokkenheid was heel hoog.

De opmaak van een bord kan je zelf veranderen, bijvoorbeeld in deze prikbord-stijl!

Pre-Corona zette ik deze stijl ook vaak in in mijn lessen in de bovenbouw, bijvoorbeeld als verwerking. Voorbeeldje: tijdens een geschiedenisles hadden we het over de vervolging van de Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ik vond het belangrijk dat de leerlingen verder keken dan ‘bekende’ namen uit WOII, zoals Anne Frank. Ze kregen de opdracht om op www.joodsmonument.nl een persoon uit te kiezen en hier een berichtje over te plaatsen op het bord. Naast een stukje tekst kunnen leerlingen ook een titel en een foto of video toevoegen. Genoeg ruimte voor creativiteit en digitale vaardigheden dus.

Kaart – zet pins op de wereldkaart

Op Instagram deelde ik een starter die ik vaak inzet in groep 8: een Padlet vullen met het nieuws van de dag. Voor deze werkvorm gebruik ik de stijl ‘Kaart’. De leerlingen gebruiken een laptop of tablet en gaan naar de Padlet die de leerkracht met ze deelt (hierover later meer).

De opdracht is simpel: ga op betrouwbare (!) nieuwssites op zoek naar het nieuws van de dag. Wat gebeurt er momenteel in de wereld? Als je een interessant nieuwsitem hebt gevonden ga je naar de kaart en zet je een pin op de plek waar het nieuws over gaat. Je schrijft een kort berichtje over wat er precies op die plek gebeurt. Ook hier kunnen leerlingen weer foto’s, links of video’s toevoegen. Maak het zo compleet als je zelf wilt. Als beheerder kan je verschillende soorten kaarten kiezen.

Kolom – informatie verdelen

Soms wil je een onderverdeling maken in de informatie die op een bord wordt geplaatst, als er in groepjes wordt gewerkt bijvoorbeeld. In dit geval gebruik ik graag de stijl ‘Kolom’. Als leraar kan je kolommen aanmaken en benoemen. De leerlingen plaatsen berichten in de kolom van hun groepje.

Hierboven een voorbeeld van een bord wat wij hebben gebruikt in de verrijkingsklas. Elk groepje onderzocht een eigen kunstenaar, dus was het bord verdeeld in kolommen met elk een kunstenaar. Leerlingen plaatsten informatie in de kolom van hun groepje en konden zo als groep onderzoek doen en ook de bijdragen van groepsgenoten lezen. Dit vergroot een gevoel van groepsverantwoordelijkheid voor de opdracht, ook heb je als leraar heel veel inzicht in het proces van de leerlingen.

Privacy en delen

Allemaal leuk en aardig, maar ik kan me voorstellen dat je liever niet wil dat jouw borden door iedereen bekeken kunnen worden. Gelukkig kan je per bord zelf bepalen wie het mag bekijken en op welke manier. Zo kan je voor ‘alleen lezen’ kiezen of voor ‘lezen en bewerken’. Ook kan je een wachtwoord toevoegen aan het bord als extra beveiliging.

Borden kan je delen via de url (link) van de pagina of via een QR code die gescand kan worden met een smartphone of tablet. Meer hierover weten? Meester Sander vertelt je in zijn video over de opties omtrent privacy en het delen van je borden.

De voordelen van Padlet op een rijtje

  • Zorgt voor grote betrokkenheid bij leerlingen
  • Interactieve vorm van onderwijs
  • Stimuleert creativiteit en digitale vaardigheden
  • Veel verschillende opties in stijl en opmaak
  • Zelf bepalen wie jouw bord ziet
  • Inzicht in proces en behalen van de leerdoelen

Aan de slag!

Nu je de basics van Padlet kent zou ik gewoon eens een kijkje gaan nemen op de website . Er zijn zoveel verschillende opties en mogelijkheden, de kansen liggen voor het oprapen! Zet Padlet in als evaluatie of controle van het lesdoel, gebruik het als interactieve introductie: alles kan. Je hoeft alleen nog maar te beginnen. Deel je je ervaringen met mij? Dat vind ik altijd leuk om te horen.


Aandacht besteden aan diversiteit in de klas: hoe en waarom?

Diversity is having a seat at the table. Inclusion is having a voice. And belonging is having that voice be heard.” -Liz Fosslien

Ik ben al zo’n acht keer opnieuw begonnen met schrijven. Ik weet niet zo goed hoe ik moet beginnen, misschien omdat er al zoveel over dit onderwerp geschreven en gezegd is. De afgelopen weken werd de wereld wakkergeschud door de protesten n.a.v. de moord op George Floyd. Anti-rascisme organisaties wisselden elkaar af en kregen een welverdiend podium. Ik realiseerde me dat, naast het tekenen van petities en het doen van een donatie, mezelf verdiepen in (het tegengaan van) racisme toch wel het minste was wat ik kon doen. Waar ligt de taak van het onderwijs in dit vraagstuk? Is het realistisch om dit bij leerkrachten neer te leggen? En zo ja, hoe dan?

De antwoorden van leraren op de vraag: ‘Is het de taak van het onderwijs om racisme tegen te gaan?’ lopen uiteen. De één vindt dit vanzelfsprekend, de ander heeft er nog nooit over nagedacht. Sommigen houden rekening met diversiteit in de keuze van prentenboeken en anderen vinden juist dat dit niet óók nog op het bordje van de leraar hoeft. Al deze verschillende meningen gaven mij niet de antwoorden die ik zocht, sterker nog: ze waren alleen maar verwarrend. Ik moest een stap terug, naar de functies van onderwijs. Ooit op de PABO een keer in mijn hoofd gestampt, nu weer nuttig. Biesta (2014) ziet drie functies van het onderwijs: Kwalificatie, Socialisatie en Persoonsvorming. Simpel gezegd: als het onderwijs hebben we de taak kinderen kennis en vaardigheden bij te brengen, ze tot goed burgerschap te leiden en hen te ondersteunen in hun ontwikkeling tot een onafhankelijk, kritisch denkend individu. Als ik naar deze drie functies kijk valt het onderwerp ‘diversiteit’ naar mijn mening onder alle drie de noemers. Diversiteit is van alle tijden, er zijn altijd verschillen geweest tussen mensen. Alleen de omgang met deze verschillen is door de jaren heen, gelukkig, veranderd. In een geschiedenisles kan deze kennis al langskomen. Als leraar maak je de keuze om dit onderwerp uitgebreid te behandelen of het tussen neus en lippen door te benoemen. En wat is burgerschap? Respectvol met anderen omgaan, anderen behandelen zoals je zelf ook behandeld wil worden met normen en waarden bij de hand. Respect en racisme gaan niet samen. Dus leren we de kinderen zelf na te denken over wat ze vinden en waarom. Is je mening onderbouwd? Zo ja, hoe uit je deze op een manier die iemand anders niet kwetst? ”Simpele” omgangsvormen die niet vanzelfsprekend zijn; deze moeten aangeleerd en ingeslepen worden. Mijn antwoord op de vraag is dus: ja, kinderen leren omgaan met diversiteit is de taak van het onderwijs. We bereiden kinderen voor op de maatschappij van de toekomst. We ontwikkelen lespakketten voor het stimuleren van digitale geletterdheid en ondernemerschap; vaardigheden waar de maatschappij van de toekomst door gevormd zal worden. Diversiteit hoort in dit rijtje thuis, omdat racisme geen plaats hoort te hebben in de maatschappij die kinderen van nu zullen gaan vormen.

In de podcast: ‘Dit gaat van jullie eigen tijd af‘ gaat Johan hier verder op in, mocht je je hierin willen verdiepen. Deze podcast is sowieso een aanrader, alleen al door de laatste zin van iedere aflevering: ‘Tot zo ver, je mag iets voor jezelf gaan doen.’ Per aflevering wordt er een onderwijskundig onderwerp aangesneden, altijd vanuit een nuchtere en kritische houding.

Maar hoe dan?

Dan komt natuurlijk de volgende vraag: hoe leren we kinderen omgaan met onderlinge verschillen en diversiteit in de klas én daarbuiten? Gelukkig bevatten veel SoVa en burgerschap-methodes lessen over dit onderwerp. Echter, niet elke school biedt deze vakken op zichzelf aan. Dit hoeft niet erg te zijn, onderwerpen als racisme, pesten, onzekerheid of groepsdruk kunnen ook zonder methode aangesneden worden. Hier ligt een grote verantwoordelijkheid voor ons als leraren. Het gesprek aangaan over diversiteit en racisme is misschien wel de beste manier om het te verminderen. (Benieuwd waarom? Even naar de podcast luisteren.) Niet alleen op school maar ook daarbuiten. Verschillen bespreken en samen tot de conclusie komen dat deze verschillen er mogen zijn, dat is waardevol. Dat blijft hangen. Onderwerpen als slavernij en zwarte piet; je kan ze aan de kant schuiven en net doen alsof ze er niet zijn. Je kan er ook over kiezen om er een leermoment van te maken door een debat-les of circuit te doen waarin kinderen meer over deze onderwerpen te weten komen op een (inter)actieve manier. Zo leren ze van en met elkaar hun eigen mening te vormen.

Vier boeken over diversiteit en ‘anders zijn’

Er staan heel veel lijstjes online met boeken die het onderwerp diversiteit aansnijden. Ik geef je vier boeken die ik zelf heb gelezen en die ik zou gebruiken in de klas. Met de boeken van Ben Brooks zijn bijvoorbeeld hele leuke creatieve opdrachten te bedenken, andere boeken kunnen een mooie aanleiding zijn voor een klassengesprek.

  1. Samen hier – Oliver Jeffers: In dit mooie prentenboek wordt uitgelegd dat de wereld soms heel verwarrend kan zijn. Toch is het uiteindelijk simpel: we moeten aardig zijn voor elkaar, we zijn allemaal samen hier.
  2. De jongen achterin de klas – Onjali Q. Rauf: Dit boek won verschillende prijzen in de UK en is sinds kort ook in het Nederlands verkrijgbaar. Het boek vertelt het verhaal van Ahmet, een vluchteling die nieuw in de klas komt.
  3. Verhalen over kinderen die anders durven te zijn – Ben Brooks: Waarom allemaal hetzelfde zijn, als je ook anders kan zijn en hierdoor je dromen waar kan maken? Dit boek gaat over kinderen die zich niet in een hokje laten duwen.
  4. Bedtijdverhalen voor rebelse meisjes – Ben Brooks: Marie Curie, Hillary Clinton, Malala Yousafsai; in dit boek krijgen bijzondere meisjes en vrouwen een podium door wat zij gedaan hebben. De illustraties in dit boek zijn ook prachtig, veel meer dan een boek met bedverhaaltjes dus.

Download: Twee soorten dagritmekaarten voor de midden- en bovenbouw

Het is de periode van afscheidsmusicals, DMT-toetsen en formatie-sensatie. Voor sommigen, inclusief ondergetekende, dé periode om voorwerk te doen voor volgend schooljaar. Call me crazy, maar ik vind het fijn om de drukte bij het lamineerapparaat te ontwijken en bepaalde voorbereidingen al vóór de zomervakantie te treffen. De dagritmekaarten bijvoorbeeld!

Volgend jaar krijg ik voor het eerst de verantwoordelijkheid over mijn eigen groep. Ineens mag ik zélf beslissen welke dagritmekaarten ik gebruik of hoe ik mijn lokaal in wil richten. Ik moet zeggen: dat voelt fijn. Het afgelopen jaar heb ik heel veel geleerd van mijn fouten, leerlingen en duo-collega’s. Ik heb dan ook geen spijt dat ik hier de tijd voor heb genomen dit schooljaar.

Toen ik op zoek ging naar dagritmekaarten vond ik veel verschillende opties. Toch vond ik niks waar ik écht blij van werd. Onduidelijke plaatjes, drukke lettertypes en missende vakken waar ik wel een kaartje voor wilde. Dus besloot ik mijn eigen versie te maken. Of eigenlijk: twee!

Krijtbord

Het eerste setje heeft de bekende krijtbord-opmaak met gekleurde icoontjes en een strak lettertype. De kaartjes zijn per setje hetzelfde, alleen de opmaak is anders.

Licht en blauw

Het tweede setje heeft een lichte, rustige opmaak met een blauw lijntje, hetzelfde strakke lettertype en gekleurde icoontjes. Iets rustiger op het bord, maar even goed te lezen.

Extra’s

Elk setje bevat zowel de dagritmekaarten als kaartjes met de dagen, maanden en nummers. Ook zijn er andere kaartjes om je bord mee in te richten, zoals ‘niet vergeten’ of de ster-groepen.

Gebruik je de dagritmekaarten? Tof! Stuur een foto, of tag mij op Instagram. Dat vind ik altijd leuk om te zien.


Boekreview: Technisch lezen in een doorlopende lijn – Marita Eskes

De code kraken en het mysterie van letters ontrafelen. Letters op papier herkennen als onderdeel van een woord en als teken voor een klank. Al deze letters met hun klanken in je hoofd samenvoegen tot een woord en zo het woord decoderen, oftewel: technisch lezen. Een complex proces waar veel aandacht aan besteed wordt in de onderbouw van de basisschool. Boekenkasten zijn er volgeschreven over aanvankelijke lees- en taalvaardigheid bij kinderen in de onderbouw. Een goed begin is immers het halve werk: als de basis van het lezen maar goed is. Dus gaat elke kleuterjuf aan de slag met lettertafels, boekenhoeken en rijmpjes en gaat een groot deel van de onderwijstijd in groep 3 en 4 naar het ontwikkelen van de technische leesvaardigheid. We halen alles uit de kast om kinderen te leren lezen, toch vertrekt ongeveer een derde van de basisschoolleerlingen naar het voortgezet onderwijs met een onvoldoende leesvaardigheid. Hoe kunnen we dit veranderen? Wat is nou goed, effectief en duurzaam leesonderwijs? Hoe ziet een goede technisch leesles eruit, in hoeverre (en hoe?) dient de methode gevolgd te worden en op welke manier gaan we verder met technisch lezen ná groep 4? Stuk voor stuk goede vragen, nu de antwoorden nog. Marita Eskes zet ze uiteen in haar boek ‘Technisch lezen in een doorlopende lijn‘.

Technisch lezen onder de loep

Eskes begint bij het begin. Ze doet geen aannames over de voorkennis van de lezer en geeft ons in de eerste drie hoofdstukken een welkome opfriscursus. Bekende onderwijskundige principes zoals modeling, scaffolding (ik doe het – wij doen het samen – jullie doen het – jij doet het) en differentiatie worden in het zonnetje gezet. Hoe zat het ook alweer? Waarom zijn deze principes zo bekend, wat maakt ze effectief en relevant? Eskes vertaalt deze theoretische kennis vervolgens naar de praktijk van het technisch leesonderwijs. Ze vertelt wat technisch lezen is, hoe het tot stand komt en hoe je hier als leerkracht op kan inspelen tijdens de technisch leesles. Al deze feitelijke – en áltijd wetenschappelijk onderbouwde – kennis wordt afgewisseld met ‘kijkjes in de praktijk’. Persoonlijk vind ik deze aparte alinea’s gelijk de kracht van het boek. Hier wordt mijn vraag: ‘Maar hoe dan?!’ namelijk beantwoord. Na het lezen van theoretische stof heb ik behoefte aan een voorbeeld; een realistisch doorkijkje waar ik het ideaalbeeld van de onderwijskundigen in de praktijk zie. Ik moet het voor me zien, dan is het namelijk veel simpeler dan ik in eerste instantie denk. Na het lezen van het ‘kijkje in de praktijk’ komt steeds het ‘ohja’ moment. En direct daarna het ‘dat ga ik eens proberen’ of ‘oh, dat doe ik al!’- moment.

In de eerste drie hoofdstukken wordt de basis dus gelegd, hierna gaat Eskes per hoofdstuk in op een bepaalde (leeftijds)groep in de basisschool. Het is dan ook slim om de eerste drie hoofdstukken zeker te lezen, voordat je naar het hoofdstuk bladert wat het meeste op jou en jouw klas van toepassing is. Door het boek heen wordt vaak teruggekoppeld naar de kennis en voorbeelden uit de eerste drie hoofdstukken, het leest dus fijn om deze achtergrondkennis te hebben. Eskes tipt dit zelf in haar inleiding, dus heb ik dit braaf gedaan. Ik kan zeggen: het klopt!

De bouwstenen van effectief onderwijs (Eskes, 2020)

Na het lezen van hoofdstuk 1,2 en 3 heb ik me gefocust op de hoofdstukken die ingaan op technisch lezen bij kleuters en in groep 8, aangezien dit de groepen zijn die ik zelf lesgeef. Elk hoofdstuk is daadwerkelijk toegespitst op een bepaalde doelgroep. Wat werkt wel, wat juist niet en waarom? Het ‘kijkje in de praktijk’ keert (gelukkig!) steeds terug, net als het stukje ‘eigen ervaring’. Hier schrijft Eskes vanuit haar eigen ervaring (verassend) als onderwijskundige en leescoördinator over o.a. observaties en gesprekken die zij heeft gevoerd omtrent het onderwerp wat besproken wordt. In deze stukken komt juist de professionele ontwikkeling van leraren naar voren, wat ze erg interessant maakt voor bijvoorbeeld schoolleiders of collega’s met een IB-functie. Aan het belang van onderwijskundig leiderschap wordt overigens ook een hoofdstuk besteed. Dit staat vol met theoretisch onderbouwde tips en handvatten om als onderwijskundig leider goed vorm te kunnen geven aan het technisch leesonderwijs, door altijd zicht te houden op de verschillende doelen voor inhoud, leerlingen en leerkrachten.

Opbouw

De hoofdstukken van dit boek zijn dus bewust gekozen en verdeeld per (leeftijds)groepen in het basisonderwijs. Nog een pluspunt en doel van dit boek: het technisch lezen ná de onderbouw onder de aandacht brengen. Het leesniveau van schoolverlaters laat zien dat het belangrijk is om het technisch lezen in de midden- en bovenbouw niet te laten ondersneeuwen door andere vakken. Ook aan deze groepen besteedt Eskes dus aandacht. Waarom technisch lezen onderhouden, en hoe? Theoretisch onderbouwde antwoorden worden gegeven en vervolgens praktisch uitgewerkt. Zo bevat dit boek tientallen tips die aan het einde van een paragraaf de gegeven informatie vertalen naar de klas, zoals: ‘Tien tips rondom het monitoren van de leesontwikkeling in groep 3’ of ‘Tien tips rondom het differentiëren in groep 7 en 8’. Overzichtelijk en behapbaar: hier kan je gelijk mee aan de slag.

Na theorie over effectieve routines, een praktisch voorbeeld van een dagprogramma (Eskes, 2020)
  • Hoofdstuk 1: Belang van geletterdheid
  • Hoofdstuk 2: Technisch leren lezen in een doorlopende lijn
  • Hoofdstuk 3: De rol van het didactisch handelen
  • Hoofdstuk 4: Groep 1 en 2: voorbereidende leesvaardigheden
  • Hoofdstuk 5: Groep 3: het leren lezen centraal
  • Hoofdstuk 6: Groep 4, 5 en 6: de weg naar het vloeiend lezen
  • Hoofdstuk 7: Groep 7 en 8: onderhoud en uitbreiding van de leesvaardigheid
  • Hoofdstuk 8: De rol van onderwijskundig leiderschap
  • Hoofdstuk 9: Leesmotivatie en leesbevordering

Downloads

In elk hoofdstuk worden downloads aangeboden waarmee je de tips uit het boek makkelijk kan toepassen in de klas. Bijvoorbeeld een poster met de afspraken van het duo- of stillezen. Maar ook formulieren om de groep in kaart te brengen na een toetsperiode of voor de overdracht aan het einde van het schooljaar! Deze downloads vind je op de website van Uitgeverij Pica, waar je toegang krijgt tot de materialen met een persoonlijke code. Persoonlijk vind ik dit heel handig, het zorgt ervoor dat ik echt met de theorie aan de slag kan en wil gaan.

Poster met afspraken voor het duo-lezen

Wat neem ik mee?

Dit is een boek wat ik graag op de PABO had gelezen en gebruikt. Eskes is grondig, wat ervoor zorgt dat haar boek heel compleet is. Alle informatie die relevant en nuttig is voor het bereiken van het doel: goed technisch leesonderwijs, wordt gegeven. Onderwijskundige principes en aanpakken worden in begrijpelijke (vak)taal uitgelegd en ondersteund met voorbeelden die daadwerkelijk realistisch en haalbaar zijn in de onderwijspraktijk. Zo zet ze uiteen hoe goed technisch leesonderwijs eruit ziet, niet alleen in de onderbouw maar zeker ook in de midden- en bovenbouw. Goed technisch lezen is de basis voor goed begrijpend lezen en een sterke taalvaardigheid. De aanname dat kinderen in de bovenbouw op niveau lezen moet gecontroleerd worden zodat we kunnen ingrijpen; iets wat ik mijzelf goed in de oren knoop.

De formatie voor het schooljaar 2020-2021 is bij ons op school momenteel in volle gang. Ongeacht welke groep ik volgend jaar krijg: de downloads wil ik gaan gebruiken om meer inzicht te krijgen in de doelen en voortgang van de klas wat betreft technisch lezen. Misschien werkt het wel aanstekelijk?

‘Technisch lezen in een doorlopende lijn: een praktisch handboek voor de basisschool’ (300 pagina’s) van Marita Eskes is voor €29,95 verkrijgbaar bij o.a. bol.com en Bruna.