Aandacht besteden aan diversiteit in de klas: hoe en waarom?

Diversity is having a seat at the table. Inclusion is having a voice. And belonging is having that voice be heard.” -Liz Fosslien

Ik ben al zo’n acht keer opnieuw begonnen met schrijven. Ik weet niet zo goed hoe ik moet beginnen, misschien omdat er al zoveel over dit onderwerp geschreven en gezegd is. De afgelopen weken werd de wereld wakkergeschud door de protesten n.a.v. de moord op George Floyd. Anti-rascisme organisaties wisselden elkaar af en kregen een welverdiend podium. Ik realiseerde me dat, naast het tekenen van petities en het doen van een donatie, mezelf verdiepen in (het tegengaan van) racisme toch wel het minste was wat ik kon doen. Waar ligt de taak van het onderwijs in dit vraagstuk? Is het realistisch om dit bij leerkrachten neer te leggen? En zo ja, hoe dan?

De antwoorden van leraren op de vraag: ‘Is het de taak van het onderwijs om racisme tegen te gaan?’ lopen uiteen. De één vindt dit vanzelfsprekend, de ander heeft er nog nooit over nagedacht. Sommigen houden rekening met diversiteit in de keuze van prentenboeken en anderen vinden juist dat dit niet óók nog op het bordje van de leraar hoeft. Al deze verschillende meningen gaven mij niet de antwoorden die ik zocht, sterker nog: ze waren alleen maar verwarrend. Ik moest een stap terug, naar de functies van onderwijs. Ooit op de PABO een keer in mijn hoofd gestampt, nu weer nuttig. Biesta (2014) ziet drie functies van het onderwijs: Kwalificatie, Socialisatie en Persoonsvorming. Simpel gezegd: als het onderwijs hebben we de taak kinderen kennis en vaardigheden bij te brengen, ze tot goed burgerschap te leiden en hen te ondersteunen in hun ontwikkeling tot een onafhankelijk, kritisch denkend individu. Als ik naar deze drie functies kijk valt het onderwerp ‘diversiteit’ naar mijn mening onder alle drie de noemers. Diversiteit is van alle tijden, er zijn altijd verschillen geweest tussen mensen. Alleen de omgang met deze verschillen is door de jaren heen, gelukkig, veranderd. In een geschiedenisles kan deze kennis al langskomen. Als leraar maak je de keuze om dit onderwerp uitgebreid te behandelen of het tussen neus en lippen door te benoemen. En wat is burgerschap? Respectvol met anderen omgaan, anderen behandelen zoals je zelf ook behandeld wil worden met normen en waarden bij de hand. Respect en racisme gaan niet samen. Dus leren we de kinderen zelf na te denken over wat ze vinden en waarom. Is je mening onderbouwd? Zo ja, hoe uit je deze op een manier die iemand anders niet kwetst? ”Simpele” omgangsvormen die niet vanzelfsprekend zijn; deze moeten aangeleerd en ingeslepen worden. Mijn antwoord op de vraag is dus: ja, kinderen leren omgaan met diversiteit is de taak van het onderwijs. We bereiden kinderen voor op de maatschappij van de toekomst. We ontwikkelen lespakketten voor het stimuleren van digitale geletterdheid en ondernemerschap; vaardigheden waar de maatschappij van de toekomst door gevormd zal worden. Diversiteit hoort in dit rijtje thuis, omdat racisme geen plaats hoort te hebben in de maatschappij die kinderen van nu zullen gaan vormen.

In de podcast: ‘Dit gaat van jullie eigen tijd af‘ gaat Johan hier verder op in, mocht je je hierin willen verdiepen. Deze podcast is sowieso een aanrader, alleen al door de laatste zin van iedere aflevering: ‘Tot zo ver, je mag iets voor jezelf gaan doen.’ Per aflevering wordt er een onderwijskundig onderwerp aangesneden, altijd vanuit een nuchtere en kritische houding.

Maar hoe dan?

Dan komt natuurlijk de volgende vraag: hoe leren we kinderen omgaan met onderlinge verschillen en diversiteit in de klas én daarbuiten? Gelukkig bevatten veel SoVa en burgerschap-methodes lessen over dit onderwerp. Echter, niet elke school biedt deze vakken op zichzelf aan. Dit hoeft niet erg te zijn, onderwerpen als racisme, pesten, onzekerheid of groepsdruk kunnen ook zonder methode aangesneden worden. Hier ligt een grote verantwoordelijkheid voor ons als leraren. Het gesprek aangaan over diversiteit en racisme is misschien wel de beste manier om het te verminderen. (Benieuwd waarom? Even naar de podcast luisteren.) Niet alleen op school maar ook daarbuiten. Verschillen bespreken en samen tot de conclusie komen dat deze verschillen er mogen zijn, dat is waardevol. Dat blijft hangen. Onderwerpen als slavernij en zwarte piet; je kan ze aan de kant schuiven en net doen alsof ze er niet zijn. Je kan er ook over kiezen om er een leermoment van te maken door een debat-les of circuit te doen waarin kinderen meer over deze onderwerpen te weten komen op een (inter)actieve manier. Zo leren ze van en met elkaar hun eigen mening te vormen.

Vier boeken over diversiteit en ‘anders zijn’

Er staan heel veel lijstjes online met boeken die het onderwerp diversiteit aansnijden. Ik geef je vier boeken die ik zelf heb gelezen en die ik zou gebruiken in de klas. Met de boeken van Ben Brooks zijn bijvoorbeeld hele leuke creatieve opdrachten te bedenken, andere boeken kunnen een mooie aanleiding zijn voor een klassengesprek.

  1. Samen hier – Oliver Jeffers: In dit mooie prentenboek wordt uitgelegd dat de wereld soms heel verwarrend kan zijn. Toch is het uiteindelijk simpel: we moeten aardig zijn voor elkaar, we zijn allemaal samen hier.
  2. De jongen achterin de klas – Onjali Q. Rauf: Dit boek won verschillende prijzen in de UK en is sinds kort ook in het Nederlands verkrijgbaar. Het boek vertelt het verhaal van Ahmet, een vluchteling die nieuw in de klas komt.
  3. Verhalen over kinderen die anders durven te zijn – Ben Brooks: Waarom allemaal hetzelfde zijn, als je ook anders kan zijn en hierdoor je dromen waar kan maken? Dit boek gaat over kinderen die zich niet in een hokje laten duwen.
  4. Bedtijdverhalen voor rebelse meisjes – Ben Brooks: Marie Curie, Hillary Clinton, Malala Yousafsai; in dit boek krijgen bijzondere meisjes en vrouwen een podium door wat zij gedaan hebben. De illustraties in dit boek zijn ook prachtig, veel meer dan een boek met bedverhaaltjes dus.

Geef een reactie